Delicten tegen personen
Samengevat
Een aangifte wegens een zedendelict verandert het leven van de verdachte vanaf de eerste dag, lang vóór een eventueel vonnis. Daarom moet de verdediging vroeg en met juridische precisie beginnen. Deze pagina is bedoeld voor wie is aangegeven, als verdachte is opgeroepen of is aangehouden.
Organieke Wet 10/2022 (Ley Orgánica 10/2022, bekend als de «alleen ja is ja»-wet) schafte het oude onderscheid tussen seksueel misbruik en seksuele aanranding af: tegenwoordig is elke seksuele handeling zonder toestemming een seksuele aanranding (agresión sexual, artikel 178 van het Wetboek van Strafrecht, Código Penal). De wet definieert toestemming: die bestaat alleen als zij vrijelijk is geuit door handelingen die, gelet op de omstandigheden, de wil van de persoon duidelijk tot uitdrukking brengen.
Organieke Wet 4/2023 maakte opnieuw onderscheid in de straffen: feiten gepleegd met geweld of bedreiging, of tegen een slachtoffer van wie de wil is uitgeschakeld, worden nu zwaarder bestraft (art. 178.3 en 179.2).
| Delict | Artikel | Strafbedreiging |
|---|---|---|
| Seksuele aanranding | 178.1 | Gevangenisstraf van 1 tot 4 jaar |
| Seksuele aanranding met geweld of bedreiging, of tegen een slachtoffer van wie de wil is uitgeschakeld | 178.3 | Gevangenisstraf van 1 tot 5 jaar |
| Verkrachting | 179.1 | Gevangenisstraf van 4 tot 12 jaar |
| Verkrachting met geweld of bedreiging, of tegen een slachtoffer van wie de wil is uitgeschakeld | 179.2 | Gevangenisstraf van 6 tot 12 jaar |
| Seksuele aanranding van een minderjarige onder de 16 | 181.1 | Gevangenisstraf van 2 tot 6 jaar |
| Contact via internet met een minderjarige onder de 16 voor een ontmoeting met seksuele doeleinden | 183.1 | Gevangenisstraf van 1 tot 3 jaar of geldboete van 12 tot 24 maanden |
| Seksuele intimidatie | 184.1 | Gevangenisstraf van 6 tot 12 maanden of geldboete van 10 tot 15 maanden, en bijzondere ontzetting |
De straffen worden hoger bij verzwarende omstandigheden van artikel 180, zoals het gezamenlijk optreden van twee of meer personen, het gebruik van wapens, de bijzondere kwetsbaarheid van het slachtoffer of het toedienen van middelen om zijn wil uit te schakelen. Omgekeerd kan de rechtbank bij een aanranding volgens artikel 178.1 zonder geweld, bedreiging of verzwarende omstandigheden de straf in de onderste helft opleggen of een geldboete van achttien tot vierentwintig maanden, gelet op de geringere ernst van het feit (art. 178.4).
Een gevangenisstraf voor deze delicten heeft bovendien gevolgen die u vanaf het begin moet kennen: toezicht in vrijheid na het ondergaan van de straf (art. 192.1), ontzetting uit beroepen of activiteiten met regelmatig contact met minderjarigen (art. 192.3) en, vaak, een contact- en gebiedsverbod ten aanzien van het slachtoffer (art. 57).
Dateren de feiten van vóór de hervorming, dan geldt de wet die het gunstigst is voor de verdachte (art. 2.2). Nagaan welke versie van het Wetboek van Strafrecht op uw zaak van toepassing is, kan de straf veranderen.
Voor de vervolging van seksuele aanranding of seksuele intimidatie is aangifte nodig van de benadeelde of diens wettelijk vertegenwoordiger, of een strafklacht van het openbaar ministerie; is het slachtoffer minderjarig of een persoon met een beperking die bijzondere bescherming behoeft, dan volstaat aangifte door het openbaar ministerie. Anders dan bij andere delicten doet vergeving door het slachtoffer de strafvervolging niet vervallen (art. 191).
Het onderzoek wordt gevoerd door de onderzoeksafdeling van de rechtbank van eerste aanleg (Sección de Instrucción del Tribunal de Instancia, de vroegere onderzoeksrechter), die maatregelen kan nemen zoals een contact- en gebiedsverbod ten aanzien van de aangeefster, zelfs met controle via een enkelband (art. 544 bis van het Wetboek van Strafvordering, Ley de Enjuiciamiento Criminal). Bedraagt de strafbedreiging niet meer dan vijf jaar gevangenisstraf, dan oordeelt de strafafdeling (Sección de lo Penal); is zij hoger, het provinciaal gerechtshof (Audiencia Provincial).
Bent u opgeroepen, lees dan onze gids over de oproeping als verdachte. Bent u aangehouden, vraag dan dat uw eigen advocaat wordt gebeld: bijstand bij arrestatie, 24 uur per dag.
Iedere verdachte heeft recht op het vermoeden van onschuld en op een volledige verdediging, ook bij deze delicten. In veel zaken is de verklaring van de aangeefster het belangrijkste bewijs, en de verdediging moet die met respect en met precisie analyseren.
Is de beschuldiging verzonnen, dan kunnen wij naast uw verdediging ook de passende stappen onderzoeken: wij leggen het uit bij verdediging tegen valse aangiften.
Bent u een vrouw die slachtoffer is van seksueel geweld, dan helpt Celeste u via haar gespecialiseerde website: advocaat voor slachtoffers van seksueel geweld.
Seksuele aanranding in de basisvorm wordt bestraft met een tot vier jaar gevangenisstraf; bij geweld, bedreiging of een slachtoffer van wie de wil is uitgeschakeld, met een tot vijf jaar (art. 178 van het Wetboek van Strafrecht). Verkrachting, met penetratie, wordt bestraft met vier tot twaalf jaar, of zes tot twaalf bij geweld of bedreiging (art. 179). De verzwarende omstandigheden van artikel 180 verhogen deze straffen.
De verklaring van het slachtoffer kan voldoende bewijs zijn voor een veroordeling, maar de rechter moet de geloofwaardigheid, de innerlijke samenhang, de bestendigheid en het bestaan van objectieve bevestigende gegevens toetsen. De verdediging kan bewijs aandragen dat haar tegenspreekt, zoals berichten, locaties of getuigen. Daarom is het essentieel vanaf het begin op te treden.
Nee. Bij seksuele aanranding en seksuele intimidatie doet vergeving door de benadeelde de strafvervolging niet vervallen (art. 191 van het Wetboek van Strafrecht). Is de procedure eenmaal begonnen, dan kan het openbaar ministerie blijven vervolgen. Wat de aangeefster bij een intrekking verklaart, kan wel relevant zijn voor de beoordeling van het bewijs.
Het is een maatregel die na de gevangenisstraf wordt ondergaan en die gedurende een bepaalde tijd controles en verplichtingen meebrengt. Bij zedendelicten legt de wet haar op als er een gevangenisstraf is: vijf tot tien jaar als een van de delicten zwaar is en een tot vijf jaar als het minder zwaar is. Gaat het om één minder zwaar delict en heeft de persoon geen strafblad, dan kan de rechtbank ervan afzien.
Gunstigere strafwetten werken terug, zelfs bij onherroepelijke veroordelingen (art. 2.2 van het Wetboek van Strafrecht). In elke zaak moet de tekst die gold toen de feiten plaatsvonden, worden vergeleken met de latere versies, rekening houdend met de volledige straf. Wij bestuderen uw vonnis en zeggen u eerlijk of herziening mogelijk is.
Wettelijke grondslag
Heeft u nu hulp nodig?
Op deze pagina
Gerelateerde diensten