Veiligheid, openbare orde en overige
Samengevat
Artikel 31 bis van het Wetboek van Strafrecht (Código Penal) maakt het mogelijk een rechtspersoon, of het nu een handelsvennootschap, een vereniging of een stichting is, in twee gevallen te veroordelen:
De aansprakelijkheid van de onderneming staat los van die van de natuurlijke persoon. Zij kan worden ingeroepen ook als de concrete dader niet is geïdentificeerd of de procedure niet tegen hem kon worden gericht (artikel 31 ter). Worden beiden tot een geldboete veroordeeld, dan moet de rechtbank de bedragen zo afstemmen dat het totaal niet onevenredig is.
Uitgesloten zijn de Staat, de territoriale en institutionele overheden, toezichthouders, agentschappen en openbare bedrijven en andere entiteiten die openbaar gezag uitoefenen (artikel 31 quinquies).
Een onderneming is alleen aansprakelijk voor de misdrijven waarvoor het Wetboek van Strafrecht dat uitdrukkelijk bepaalt. Tot de belangrijkste voor elk bedrijf behoren:
Alle straffen voor rechtspersonen gelden als zware straffen. Artikel 33.7 somt de volgende op:
| Straf | Wettelijke grens |
|---|---|
| Geldboete per dagtarief of evenredig | Afhankelijk van het misdrijf |
| Ontbinding | Definitief verlies van rechtspersoonlijkheid |
| Schorsing van activiteiten | Tot 5 jaar |
| Sluiting van panden en vestigingen | Tot 5 jaar |
| Verbod op de activiteiten waarbij het misdrijf is gepleegd | Tijdelijk, tot 15 jaar, of definitief |
| Uitsluiting van subsidies, overheidsopdrachten en fiscale voordelen | Tot 15 jaar |
| Gerechtelijk bewind | Tot 5 jaar |
Voor het opleggen van andere straffen dan de geldboete weegt de rechter af of zij nodig zijn om voortzetting van de criminele activiteit te voorkomen, wat de economische en sociale gevolgen zijn, vooral voor de werknemers, en welke positie degene had die de controleplicht verzuimde (artikel 66 bis). Let op: de tijdelijke sluiting, de schorsing van activiteiten en het gerechtelijk bewind kunnen tijdens het vooronderzoek als voorlopige maatregel worden opgelegd.
Strafrechtelijke compliance is het systeem waarmee de onderneming vrijgesteld kan worden van aansprakelijkheid. Pleegt een bestuurder of leidinggevende het misdrijf, dan vereist de vrijstelling dat het bestuursorgaan vóór het misdrijf een geschikt organisatie- en beheersmodel heeft vastgesteld en doeltreffend heeft uitgevoerd; dat het toezicht daarop is opgedragen aan een orgaan met zelfstandige bevoegdheden; dat de dader het model op frauduleuze wijze heeft omzeild, en dat er geen onvoldoende controle is geweest (artikel 31 bis.2). Pleegt een werknemer het, dan volstaat het dat een geschikt model is vastgesteld en doeltreffend is uitgevoerd (artikel 31 bis.4).
Volgens artikel 31 bis.5 moet het model:
Bij kleine ondernemingen, die een verkorte winst-en-verliesrekening mogen indienen, kan het bestuursorgaan zelf het toezicht op zich nemen (artikel 31 bis.3). Worden de vereisten slechts gedeeltelijk aangetoond, dan wordt dat meegewogen als strafverminderende omstandigheid.
Wij ontwerpen het model op basis van de werkelijke risico’s van uw activiteit, niet met algemene sjablonen: een model dat alleen op papier bestaat, levert geen vrijstelling op.
Het Wetboek van Strafvordering (Ley de Enjuiciamiento Criminal) kent eigen regels. De oproeping wordt betekend op de statutaire zetel en de onderneming wordt verzocht een speciaal aangewezen vertegenwoordiger, een advocaat en een procureur (procurador) aan te wijzen (artikel 119). Die vertegenwoordiger legt namens de onderneming een verklaring af, met het recht om te zwijgen en om niet tegen haar te verklaren (artikel 409 bis). Het is raadzaam dat dit niet iemand is die in dezelfde zaak persoonlijk als verdachte wordt onderzocht, om belangenconflicten te voorkomen. Meer informatie bij oproeping als verdachte.
Na het misdrijf kan de onderneming haar aansprakelijkheid alleen verminderen als zij via haar vertegenwoordigers (artikel 31 quater):
Straffen voor ondernemingen leiden tot vermeldingen op het strafblad die volgens de algemene termijnen worden doorgehaald. Wordt de ontbinding of het definitieve verbod op activiteiten opgelegd, dan worden de vermeldingen na vijftig jaar doorgehaald (artikel 136.3).
Ja. Artikel 31 bis van het Wetboek van Strafrecht maakt het mogelijk vennootschappen, verenigingen en stichtingen te veroordelen voor misdrijven die in hun voordeel zijn gepleegd door bestuurders en leidinggevenden, of door werknemers wanneer de toezichtsplicht ernstig is verzuimd. Zij zijn alleen aansprakelijk voor de misdrijven waarvoor de wet dat uitdrukkelijk bepaalt, zoals oplichting, belastingfraude of witwassen.
Het Wetboek van Strafrecht verplicht niet alle ondernemingen om er een te hebben. Maar zonder een doeltreffend preventiemodel dat vóór het misdrijf is ingevoerd, kan de onderneming niet profiteren van de vrijstelling van artikel 31 bis. Daarom is het in de praktijk het belangrijkste verdedigingsmiddel van een vennootschap in een strafprocedure.
Artikel 33.7 voorziet in een geldboete, ontbinding, schorsing van activiteiten tot vijf jaar, sluiting van panden tot vijf jaar, een tijdelijk of definitief verbod op activiteiten, uitsluiting van overheidsopdrachten en steunmaatregelen tot vijftien jaar, en gerechtelijk bewind tot vijf jaar. De geldboete komt het meest voor; de overige vereisen een specifieke afweging door de rechter.
Ja. De wet bepaalt dat bij kleine ondernemingen, die een verkorte winst-en-verliesrekening mogen indienen, het bestuursorgaan zelf het toezicht op het model kan uitoefenen (artikel 31 bis.3). Het model moet in verhouding staan tot de activiteit en de werkelijke risico’s ervan, zonder de structuur die een groot bedrijf nodig zou hebben.
De onderneming wijst een speciaal aangewezen vertegenwoordiger aan, die verschijnt met de advocaat van de onderneming (artikelen 119 en 409 bis van het Wetboek van Strafvordering). Hij heeft het recht om te zwijgen en om niet tegen de onderneming te verklaren. Verschijnt hij niet, dan wordt aangenomen dat de onderneming zich op haar zwijgrecht beroept.
Heeft u nu hulp nodig?
Op deze pagina
Gerelateerde diensten